KCO en ZAT's

Aansluitende Zorgstructuur, een steun voor scholen.

Elke leerkracht van school kent het: kinderen waar zorgen over zijn.
Kinderen met gedragsproblemen: extreem druk, brutaal of juist heel stil en teruggetrokken. Kinderen die vaak ziek zijn. Ontwikkelen zij zich wel goed? Krijgt die jongen of dat meisje genoeg aandacht? Is de hulp die geboden wordt wel professioneel genoeg?

Om de problemen sneller te signaleren en de zorg voor deze kinderen te verbeteren gaan de gemeenten Lingewaard en Over Betuwe m.i.v. september 2007 de bestaande zorgnetwerken voor alle  basisscholen aanpassen in een aansluitende Zorgstructuur.
Uitgangspunt is dat leerkrachten op school problemen bij kinderen heel snel signaleren. Wanneer deze zorgen op de goede manier worden afgestemd met alle betrokkenen rond het kind, kan er snel en adequaat bekeken worden wat nodig is om kind en ouders te helpen.

De Aansluitende Zorgstructuur heeft twee peilers:
1. In de schoolsituatie hebben de interne begeleider, jeugdarts en schoolmaatschappelijk werker maandelijks overleg over leerlingen waar zorgen over zijn.
2. Wanneer de problemen complexer of omvangrijker zijn, zal met de ouders / verzorgers overlegd worden om het kind te bespreken in het Zorg Advies Team (ZAT). In het ZAT nemen deel: de jeugdarts, de maatschappelijke werker van Bureau Jeugdzorg, de leerplichtambtenaar, de schoolmaatschappelijk werker, de aandachtsfunctionaris jeugd van de politie en de interne begeleiders van de basisscholen.

De peuterspeelzalen zijn op dit moment niet betrokken maar zullen mogelijk op termijn aan het ZAT deelnemen. De gemeente streeft ernaar de zorg voor 0-4 jarigen snel aan te laten sluiten bij de Aansluitende Zorgstructuur, door consultatiebureau medewerkers en leidsters van peuterspeelzalen als deelnemers in het ZAT te laten plaatsnemen.

Hoe gaat het overleg op school in zijn werk?
In het maandelijks overleg op school bespreken interne begeleider, jeugdarts en schoolmaatschappelijk werker wat er aan de hand is met het kind. Heeft het kind (en/of ouders) hulp nodig en door wie? Kan de hulp op school gegeven worden of is een verwijzing nodig? Het gaat erom snel in actie te komen wanneer dat nodig is en de zorg steeds goed op elkaar af te stemmen, zodat er adequaat gehandeld wordt. Uiteraard gebeurt dit in samenspraak met de ouders/verzorgers.

Hoe gaat een Zorg Advies Team te werk?
Een kind wordt in het ZAT ingebracht, wanneer de problemen complexer zijn of wanneer het nodig is dat vanuit een brede deskundigheid naar het kind gekeken wordt. Bijv. een kind dat leer- en gedragsproblemen heeft en regelmatig verzuimt. Het is dan juist van belang dat er vanuit meerdere invalshoeken naar het kind gekeken wordt.
Net als bij het overleg op school zal een kind in het ZAT ingebracht worden met toestemming van ouders en worden ouders voortdurend op de hoogte gehouden. Om het kind echt te kunnen helpen is dit van groot belang. De ZAT deelnemers brengen een advies uit. Als het nodig is kan direct verwezen worden naar Bureau Jeugdzorg of een andere instelling. In een volgend ZAT wordt bekeken of de situatie verbeterd is of dat extra zorg nodig is.

 

 

 

S V O B

Houtakker 55a

6681 CW Bemmel

0481 450813

Nieuwsbrieven

November 2011